Tegelkachels
Tegelkachels
De benaming is nogal verwarrend, eigenlijk een algemene benaming voor elke accumulerende verwarmingsbron waar tegels op zijn aangebracht. In het Duits is er een wat groter onderscheid: grundofen zonder tegels en kachelofen met betegeling. Om het nog wat ingewikkelder te maken zijn er ook grundofens die betegeld zijn.
Het verschil zit hem in de vorm en de bouwwijze. De kachelofen is gebouwd van keramische elementen in de vorm van een bakje. De naam van die speciale tegelsoort is kachel. De bodem blijft in het zicht, de randen worden tegen elkaar gemonteerd en de open kant is naar binnen gericht. Vaak worden die holle tegels opgevuld met klei en potscherven om meer massa toe te voegen. Aan de binnenkant staat nog een wand waar de eigenlijke vuurhaard zich in bevindt. Over het algemeen gebouwd van vuurvaste materialen zoals chamotte stenen of vuurbeton. En op de minder zwaar belaste onderdelen ook wel van baksteen gebouwd.
De grundofen is helemaal gebouwd van chamotte en bakstenen, vaak bepleisterd met leemstuc. Eventuele betegeling daarvan wordt gedaan met ziegeln, ongeglazuurde vlakke tegels, of fliesen, geglazuurde tegels. Beide soorten kunnen ook van relief zijn voorzien of andere vormen hebben dan vierkant of rechthoekig. Bekend zijn de tegels die een holle zichtkant hebben. Daardoor wordt het uitstralende oppervlak vergroot.
De tegelkachel is een oude verwarmings bron, veel ouder dan de noord-Europese kachels die werken volgens het tegenstroom principe. De rookgassen worden door een horizontaal labyrinth geleid.
Het is een energie-efficiënte verwarming, ontwikkeld in Centraal-Europa (Oostenrijk, Hongarije, Zwitserland, Duitsland, Noord-Italië) en Scandinavië. De tegelkachel was een belangrijke verbetering ten opzichte van de open haard, omdat deze de rook uit de kamer hield, de ruimte beter verwarmde en veel zuiniger was. Als voorloper van de tegelkachel kan de "steenhoop oven" worden gezien. Deze oven, uit de tijd rond 2500 voor Christus, werd gebouwd van leem en stenen. De steenhoop werd onder het huis gemaakt. De schoorsteen was toen nog niet uitgevonden. Met deze in het Alpengebied gebruikte oervorm van de tegelkachel verwarmden mensen al stenen die daarna de opgeslagen warmte langzaam weer afgaven.
Oorspronkelijk was de Midden-Europese tegelkachel een lege doos waarin een vuur werd gemaakt. Om de efficiëntie te vergroten werden er horizontale rookgas gangen toegevoegd. Hierdoor bleef, net als in de Scandinavische variant, de rookgassen langer in de kachel. Heden ten dage onderscheiden Midden-Europese kachels zich nog steeds in meerderheid door horizontale rookgangen ten opzichte van verticale in Zweedse en Finse kachels.
Net zoals bij finovens [1] steunt de werking op snelle en hete verbranding van hout en accumulatie van die warmte in de steenachtige massa van het bouwwerk. Ook bij deze vorm komt een groot deel van de warmte beschikbaar als infrarood straling. Ook bij tegelkachels wordt niet continue gestookt, een tot drie keer per etmaal is gebruikelijk.
--peterberg 13 sep 2010 20:22 (UTC)

